Trainings- & Onderzoekscentrum

Methode

Video-feedback Intervention to promote Positive Parenting and Sensitive Discipline (VIPP-SD) is ontwikkeld aan het Centrum voor Gezinsstudies van de Universiteit Leiden door de hoogleraren pedagogiek Femmie Juffer, Marian Bakermans-Kranenburg en Rien van IJzendoorn. Sinds 2008 bestaat de huidige VIPP-SD methode en worden trainingen voor professionals verzorgd.

De methode is gebaseerd op de gehechtheidstheorie van John Bowlby (1969) en Mary Ainsworth (1974) en aanvullend zijn principes uit de ‘coercion’ theorie van Gerald Patterson (1982) erin verwerkt. De methode is ‘evidence-based’, waarbij de effectiviteit van de methode werd aangetoond in 12 ‘Randomized Controlled Trials’ in diverse landen. Inmiddels wordt VIPP-SD toegepast in meer dan 15 landen.

Doel van VIPP-SD

VIPP-SD is een preventieve interventie gericht op het verhogen van de sensitiviteit en het verbeteren van disciplineringsstrategieën van opvoeders, met als einddoel het bevorderen van positieve interacties tussen opvoeder en kind en het voorkomen of verminderen van gedragsproblemen bij kinderen tot 6 jaar. Om dit te bereiken wordt gewerkt aan:

  1. het vergroten van de observatievaardigheden van de opvoeders.
  2. het vergroten van de kennis van de opvoeders over opvoeding en ontwikkeling van jonge kinderen.
  3. het versterken van het vermogen van de opvoeders zich in hun kind in te leven.
  4. het bevorderen van adequaat opvoedingsgedrag in de vorm van sensitieve responsiviteit en sensitief disciplineren.
Doelgroep

De doelgroep voor het ontvangen van de VIPP-SD bestaat uit gezinnen met één of meer kinderen in de leeftijd van 1 tot 6 jaar met (een verhoogd risico op) gedragsproblemen zoals agressie, oppositioneel en overactief gedrag en/of problemen in de ouder-kindrelatie. De VIPP-SD methode kan ook toegepast worden bij pleegouders, adoptieouders en professionele opvoeders in de kinderopvang. Het woord ‘ouder’ kan in bredere zin gelezen worden als het woord ‘opvoeder’.

Structuur en uitgangspunten van de interventie

Het VIPP-SD programma wordt uitgevoerd bij de gezinnen thuis en omvat in totaal 7 bezoeken van ongeveer 2 uur (inclusief een kennismakingsbezoek waarin ook de eerste video-opnames worden gemaakt). Er wordt gewerkt met één ouder en één kind in de thuissituatie. Tijdens de bezoeken worden eerst filmopnames gemaakt, daarna worden de opnames van de vorige keer bekeken en besproken. Belangrijke uitgangspunten van de interventie zijn het creëren van een aangename sfeer, de opvoeder erkennen als expert van het eigen kind (‘empowerment’), en de nadruk op en bekrachtiging van positieve interacties tussen opvoeder en kind. Sensitief opvoedgedrag van de ouder (positief ouderschap) staat centraal, in combinatie met het stellen van grenzen en reguleren van lastig of ongehoorzaam gedrag van het kind. Als jonge kinderen te maken krijgen met het aanleren van regels, daartegen protesteren en grenzen gaan uittesten kan het voor ouders heel lastig zijn om sensitief te blijven. VIPP-SD heeft als doel om ouders te leren sensitief te zijn tijdens de omgang met hun kind, juist ook tijdens het aanleren van regels (sensitief disciplineren).